Over een paar maanden is de begraafplaats een stadspark

Over een paar maanden is de begraafplaats een stadspark

Met vereende krachten wordt de eerste paal voor de herinrichting van de oude Joodse begraafplaats de grond in geslagen. (Foto: Walter Planije)

De eerste paal voor de herinrichting van de Lage Zijde is zaterdag de grond in geslagen. De aanpak van de voormalige Joodse begraafplaats is het eerste project. In april moet het stadspark aan de Aarkade klaar zijn.

De eerste paal voor de herinrichting van de Lage Zijde is zaterdag de grond in geslagen. De aanpak van de voormalige Joodse begraafplaats is het eerste project. In april moet het stadspark aan de Aarkade klaar zijn.

‘Dit wordt een bijzondere en unieke plek. Nergens anders in Nederland is een oude begraafplaats heringericht als stadspark.’ Woorden die een trotse en blije, maar ook emotionele, Anke Bakker, voorzitter Comité voormalige Joodse begraafplaats Aarkade, sprak bij het officiële startsein van de herinrichting van de oude Joodse begraafplaats. Samen met Alice Besseling, was zij vooral de motor die steeds aandacht bleef vragen voor die geruimde begraafplaats. Een missie die voor Bakker startte in 2008 en er vooral een was van de lange adem. En hoewel het plan door allerlei redenen werd versoberd, is het er volgens Bakker niet slechter van geworden. ‘Het is meer geworden door minder.’

De plek aan de Aarkade naast en achter de woningen en het metaheerhuisje, beter bekend als Joodse washuisje, was sinds 1802 een Joodse begraafplaats. Na de deportatie van de Alphense Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de begraafplaats in onbruik en dat leidde tot de ruiming ervan in 1963. De stoffelijke resten zijn toen herbegraven op een begraafplaats in Katwijk. Vanaf 2002 wordt er al gesproken over een herinrichting, maar het duurde tot de dag van vandaag voor er werkelijk wat gaat gebeuren.

Met het eerste ontwerp was een probleem. Er moest gegraven moest worden om ruimte te creëren voor water. Over dat water kwam je dan via een brug op een eiland terecht waar een davidster stond die zou dienen als zitelement. Het was het graven dat Bakker vooral dwarszat. De vraag die zij stelde luidde: ‘Hoe moeten we omgaan met de grond?’ Een (oude) begraafplaats blijft voor de Joden altijd heilige grond die ongeschonden moet blijven. ‘We hebben toen afgesproken niet te graven op de begraafplaats en de grond niet te zeven. Deze grond is net zo heilig als een synagoge. Laat de grond rusten.’

En zo gebeurt het dus ook. De plannen werden aangepast en de waterpartij loopt nu om de begraafplaats heen. Het comité is tevreden over de begraafplaats zoals die er over een aantal maanden uit gaat zien en ook wethouder Kees van Velzen is blij dat de herinrichting eindelijk is begonnen en erkende dat de ruiming nooit had mogen plaatsvinden. Hij hoopt dat het straks een plaats van ontmoeting wordt. Een wens die Bakker ook heeft, maar zij is vol vertrouwen. ‘De gemeente maakt het mooi hier.’